![]() |
![]() |
![]() |
|
Op dinsdag 14 juni jl. overleed Directie en medewerkers van Landschapsbeheer Nederland. |
Misschien
klinkt het u vreemd in de oren, maar voor de rijke traditie van het Nederlands
boerenerf was tot voor kort nauwelijks belangstelling. Een van de redenen
daarvan is, dat het erf niet tot het oeuvre behoorde van bekende tuinontwerpers.
Het was niet door buitenstaanders ontworpen -vaak in één
keer- maar het ontstond als het ware 'van binnenuit' in een verloop van
vele jaren. En daarmee ontglipte het aan de officiële aandacht. Het kreeg vorm onder de handen van boer en boerin, waarbij het werd aangepast aan de omgeving, de specifieke werkgang, de dagelijkse behoeften en de persoonlijke wensen van de bewoners. Wat dat betreft was het net als bij de natuur buiten het erf: er was sprake van een groeiproces waarin met de jaren steeds meer elementen gingen meespelen, maar dat nooit ‘af’ was. En al die elementen vormden tezamen een soort organisme waarbij alles een eigen plek en functie had en alles op elkaar was aangesloten. Met de jaren kreeg het erf meer samenhang en raakte het allengs fijner
geschakeerd en meer gedetailleerd. Cultuur en natuur gingen daarbij vloeiend
in elkaar over. Algemene en regionale kenmerken van de omgeving waren
nauw verweven met individuele, vaak eenmalige elementen. En vaak konden
juist die unieke elementen bijzonder verrassend en veelzeggend zijn. Bij de instanties die zich kortelings actief met het erf zijn gaan bezighouden lijkt de aandacht juist voor dat individuele aspect soms nog wat te weinig ontwikkeld. Het animo voor persoonlijke vraaggesprekken -de basis van het Werkgroepsonderzoek- lijkt over het algemeen minder groot dan dat om erven vanuit het landschap te bekijken, om ‘regionale beplantings- en inrichtingsplannen te ontwikkelen of om poelen te graven. Op zich is dat alles natuurlijk een zeer prijzenswaardig streven, maar het gevaar is niet denkbeeldig dat zonder het individuele complement het uiteindelijk resultaat een zekere eenzijdigheid vertoont. En juist bij dit onderwerp, dat historisch gezien zoveel schakering vertoonde, zou dat zorgvuldig moeten worden vermeden. Want anders zijn we, met de beste bedoelingen, globaal en ‘van buitenaf’ bezig. En daarmee gaan we toch weer voorbij aan het eigenlijke boerenerf. Rob Leopold (1941) is zaadteler, dagboekschrijver, tuinfilosoof en dichter.
Daarnaast is hij bestuurslid van de Stichting Werkgroep Boerenerven. |
Streekcolumn
nr.2 |
![]() |
![]() |